Marieke Hendriksen

Kennisgeschiedenis. Materiële cultuur, smaak. Performatieve & digitale methoden.

Marieke Hendriksen is kunst- en wetenschapshistoricus. Zij studeerde kunstgeschiedenis, kunstfilosofie en cultuurwetenschappen in Utrecht, Hull, en Londen. Ze promoveerde in 2012 aan de Universiteit Leiden op een wetenschapshistorisch proefschrift over de materiële en visuele cultuur van de achttiende-eeuwse Leidse anatomische collecties. Haar boek Elegant Anatomy verscheen bij Brill in 2015. Tussen 2012 en 2019 werkte Hendriksen als postdoc en gastonderzoeker bij het National Maritime Museum in Londen, de Rijksuniversiteit Groningen, het Max Planck Instituut voor Wetenschapsgeschiedenis in Berlijn, de Universiteit Utrecht, het Royal College of Surgeons in Edinburgh, het Science History Institute in Philadelphia, en Columbia University in New York.

Het onderzoek van Hendriksen richt zich op de materiële en zintuiglijke kenniscultuur van met name de geneeskunde en de chemie in de vroegmoderne Nederlanden (ca. 1600 – ca. 1800). Daarbij gebruikt zij vernieuwende methoden zoals het reconstrueren van historische instrumenten en technieken. Ze publiceerde wetenschappelijk artikelen over onder meer medicijnkistjes, anatomische modellen, gebrandschilderd glas, taxidermie, alchemie, metalen en edelstenen als geneesmiddelen, en over methodologische onderwerpen zoals het toepassen van digitale en performatieve methoden in de wetenschapsgeschiedenis. In 2019 ontving Hendriksen een KNAW Early Career Award, een prijs voor veelbelovende onderzoekers die in staat worden geacht vernieuwende en originele onderzoeksideeën verder te ontwikkelen.

Bij NL-Lab doet Hendriksen onderzoek naar de relatie tussen geneeskunde, smaak, en identiteit. Vroegmoderne artsen waren ervan overtuigd dat om lichamen gezond te maken en te houden, het cruciaal was om rekening te houden met de gesteldheid van de patiënt en met het klimaat waarin hij/zij leefde. Ook werden smaken en snoepgoed die nu als ‘typisch Nederlands’ worden beschouwd, zoals drop, in die periode als geneesmiddel geïntroduceerd in de Nederlanden. Hoe raakten smaken die in feite ‘van buiten’ kwamen onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse cultuur en identiteit? En welke rol speelde de geneeskunde in de vorming van ideeën over Nederland en Nederlanders?