Het project Cultivare onderzoekt hoe het cultiveren van land, van dieren en van mensen historisch met elkaar samenhangt. Het richt zich daarbij in het bijzonder op het concept van de kolonie. Een kolonie of ‘volksplanting’ was een vorm – een ideaaltypisch ontwerp – waar het ontginnen en bebouwen van land samenging met het ontwikkelen of opvoeden van mensen, zowel in Nederland als in zijn overzeese koloniale gebieden. In Nederland ontstonden koloniën voor paupers, criminelen en wezen, en later voor werklozen en joden. In gekoloniseerde gebiedsdelen werden vergelijkbare projecten gestart of gepland – denk alleen al aan het Cultuurstelsel in Nederlands-Indië. Het concept van de kolonie lag ten grondslag aan het besluit om contractarbeiders van Java naar andere gebieden te verschepen en aan ver doorgerekende plannen over het ‘verplanten’ van delen van de Nederlandse bevolking naar Suriname. Afgeleiden van de ‘kolonie’ zijn de werkkampen uit de jaren 1930, woonwijken voor arme klassen en de IJsselmeerpolders. Het diepgewortelde ideaal vervat in de ‘kolonie’ als concept is dat grond en mens via arbeid ten volle moeten worden geëxploiteerd. Dit model is via kolonisatie en ontwikkelingswerk overal ter wereld als ‘vooruitgang’ en ‘moderniteit’ gepresenteerd en gaat tot op heden gepaard met landgrabbing, uitputting van de aarde, en de ontmanteling van zelfvoorzienende economieën onder het mom van arbeid voor de (mondiale) markt.


Het cultivare-project brengt wetenschappers uit verschillende disciplines samen om te onderzoeken hoe cultiveringsprocessen in de koloniën waren verbonden met die in het thuisland. In dit project kijken we bovendien naar de rol die verbeeldingsstrategieën in literatuur en beeldende kunst hebben gespeeld bij het ondersteunen en legitimeren van cultiveringspraktijken.